Ontzield werken

Als je aan mensen vraagt waarom ze werken is het antwoord vaak omdat het moet. Er moet tenslotte brood op de plank komen om de hypotheek of de huur te kunnen betalen, de zorg voor het gezin en zo voort. Toch is werk belangrijker dan je denkt, ook vanuit een ander perspectief dan alleen maar geld. Omdat we een aanzienlijk deel van onze tijd op het werk door brengen en werk voor sommigen kan voelen als een stuk van onze identiteit (voor anderen ook niet).

Daarom is het zo schokkend dat uit de engagement scan van Galuppe van december 2017, blijkt dat 85% van de werknemers niet engaged of actively disengaged is op het werk. Vrij vertaald zou ik zeggen dat het merendeel van de werknemers “afgehaakt” is op het werk.

Waar komt dat door?

Dit zegt nogal iets over de manier waarop we werken, waarbij we ons niet of nauwelijks verbonden voelen met wat we doen.

Daar kunnen diverse redenen voor zijn. We voelen ons miskend of niet gewaardeerd, het werk is niet leuk of zinvol meer of de keuzes die worden gemaakt door de organisatie botsen met de jouwe.

Je zou heel graag die klant met zijn probleem willen helpen (en je hebt ook echt een oplossing) maar helaas … Het script dat je uitvoert, zegt dat het niet mag of teveel tijd kost. Ook al krijg je een blije klant. Het script kan je hier lezen als een belscript in een call center, maar ook als de vertaling van procedures van de organisatie. “The computer says no”, geeft jou als medewerker niet perse een goed gevoel. Je wilt meer bereiken voor jouw klant in het bedrijfsleven, jouw leerling op school of jouw patiënt/cliënt bij een zorginstelling.

Maar het is ook zo dat we bepaalde delen van onszelf niet tonen op het werk. We laten alleen de kleuren zien die geaccepteerd zijn, zoals de logica en de rede. Kortom het hoofd nemen we mee naar het werk. Maar ons hart en ziel, onze andere kleuren en eigenheid, laten we thuis. Naast het feit dat het niet mag zijn er andere redenen.

Een reden waarom we dit massaal lijken te doen, is dat we ons op het werk onvoldoende veilig voelen om onszelf te laten zien zoals we werkelijk zijn. We durven onze zachte kant niet te laten zien, we durven onze gedachten, meningen, twijfels en emoties niet te tonen aan andere collega’s en het management. Kortom onze kwetsbaarheid mag er wel zijn, maar dan vooral thuis.

Kwetsbaarheid

Kwetsbaarheid laat je niet zien op het werk, daar draag je je harnas. Het vergt moed om een andere mening te hebben en met je kop boven het maaiveld uit te steken. Heel weinig mensen hebben het lef om te zeggen : “dan stop ik er mee” of “dat doe ik niet” als wat je moet doen tegen zijn of haar principes in gaat. Want … ja de schoorsteen moet roken en de hypotheek of huur moet betaald worden.

Veel mensen hebben het gevoel dat ze hun ziel parkeren bij de ingang van het werk om deze vervolgens na werktijd weer op te pikken. Je zou dit ontzield werken kunnen noemen. Dit is (theoretisch) trouwens een heel subjectieve observatie omdat sommige mensen er anders tegen aan kijken. Wat jij ontzield noemt is afhankelijk van jouw mening over de ziel. Vind jij dat een zorginstelling er primair is om goede of zelfs de best mogelijke zorg te verlenen aan de patiënt/cliënt, dan zijn de protocollen over de tijd die voor een bepaalde behandeling staat al gauw een aantasting van de ziel. De opsteller van de protocollen ziet dat anders, we moeten nu een maal normen hebben omdat tijd en geld niet oneindig zijn.

Toch bewijzen organisaties zoals Buurtzorg ook dat het anders kan. Dat er meer gedaan kan worden voor de cliënten en deze de zorg als uitstekend waarderen en dat de medewerkers met hart en ziel aan het werk zijn. Dit alles zonder de zorg onbetaalbaar te maken!

Aanpak

Maar hoe dan? Hoe vind je de ziel terug met aandacht voor de twee rivaliserende elementen, emotie en ratio? Of zijn die niet noodzakelijkerwijs rivaliserend?

Hoe anders zou het zijn als mensen zichzelf meebrengen naar het werk met hun vrouwelijke en hun mannelijke energie (zie ook Frederic Laloux in zijn meesterwerk Reinventing Organizations). De vrouwelijke energie is er één van verbondenheid, goed luisteren, intuïtie en het bespreekbaar kunnen maken van twijfels. Terwijl de mannelijke energie verbonden is met rationeel denken, duidelijkheid en beslissingen nemen. Om beide delen te verbinden en mee te nemen naar het werk, zal in het begin beslist onwennig aanvoelen voor de meeste mensen. Maar het kan ook een bron zijn van energie, passie en creativiteit. Het zal veel “schwung” toevoegen aan het bedrijfsleven.

Wanneer mensen zichzelf weer meenemen naar het werk, voelen deze mensen zich ook meer verbonden met zichzelf omdat alle delen er mogen zijn. Mensen mogen weer authentiek zijn. De verdeeldheid die ik nu vaak zie in het bedrijfsleven zal ook minder zijn, omdat er nu vaak vanuit het ego en macht gesproken wordt en niet vanuit verbondenheid met elkaar. De sfeer van “wij” versus “zij” zorgt ervoor dat er mijns inziens veel energie verloren gaat.

Juist die verdeeldheid binnen een bedrijf en het ontbreken van een gemeenschappelijke focus vind ik een gemiste kans. Hoe anders en meer “bezield” zou het voelen als wij onszelf kunnen zijn en samen kunnen staan om een gezamenlijke missie te kunnen volbrengen en iets toe te voegen wat waardevol is voor de samenleving. Hoe leuk zou het zijn als wij weer bezield aan de slag zou kunnen gaan, met hart en ziel?

In een volgend blog wil ik ingaan op hoe je meer bezield kunt werken en, heel belangrijk, welke randvoorwaarden noodzakelijk zijn vanuit de organisatie.